donderdag 28 mei 2009

namen en adressen evolutieontkenners

via refdag ...
grappig en eigenlijk ook wel behoorlijk triest,
maar ze bestaan nog, van die mensen die in de bijbel geloven en in god enzo,
ja ongelooflijk maar waar. Kijk hier ook hoe ze precies heten en waar ze voorkomen;

Ik ben het RD dankbaar voor de manier waarop dit belangrijke thema onder de aandacht is gebracht. Eindelijk hebben de mensen kunnen lezen wat het betekent als Gods Woord gemengd wordt met wereldse vermeende wijsheid.
Terry Mortenson heeft aangetoond dat het Bijbelse wereldbeeld niet strijdig is met wetenschappelijke gegevens die in een Bijbels kader worden geïnterpreteerd. En met overtuigende argumenten liet hij zien dat het inpassen van theïstisch evolutionisme in Gods goede schepping het fundament en de betrouwbaarheid van Gods Woord stelselmatig aantast.
Bij Gijsbert van den Brink blijkt waartoe dat leidt: de dood voor de zondeval is geen probleem, de zondvloed wordt verkleind tot een regionale overstroming en de wreedheid en zinloosheid van de evolutie worden als Gods scheppende daden voorgesteld. Enerzijds ben ik blij dat de gevolgen van dit denken openbaar zijn gekomen voor een breed publiek. Anderzijds verbaast en verdriet het mij dat vooraanstaande theologen Gods Woord zo veel geweld aandoen. Dat is niet alleen henzelf tot schade, maar ook hun hoorders en studenten.

G. de WitWijk 3-95 8321 GB Urk

Prof. Van den Brink stelt dat wetenschappelijk onderzoek het geloof in een jonge aarde onmogelijk maakt. Wellicht zijn de op dit moment bekende feiten hiermee niet in tegenspraak. Maar dat zegt helemaal niets over de juistheid van deze theorie. Er zijn in de geschiedenis van de natuurwetenschap wel meer theorieën aanwijsbaar die gedurende lange tijd niet in strijd waren met de waarnemingen. Maar ze waren wel fout.
Hiermee doe ik geen uitspraak over de juistheid van oude- of jongeaardetheorie. Discussies over de interpretatie van natuurwetenschappelijke feiten kunnen alleen beslecht worden door toetsbare voorspellingen gevolgd door experimenten die deze voorspellingen ondersteunen of verwerpen. En dat is hier niet mogelijk, want het gaat niet om een natuurwetenschappelijke, maar om een historische theorie.
Daarom hebben natuurwetenschappelijke inzichten over de leeftijd van de aarde per definitie onvoldoende bewijskracht om het geloof in een jonge aarde los te laten. De stelling van Van den Brink dat „het gewoon niet zo gegaan is” als beschreven in Genesis 1 is dus onjuist. De natuurwetenschap kan daarover geen uitspraak doen.

Pim Mellegers Anna van Burenstraat 40 3136 CH Vlaardingen

Ik ben het geheel eens met dr. Mortenson. De veronderstellingen van prof. Van den Brink stoelen op menselijk denken. Het is altijd waar geweest en het zal waar blijven wat Gods Woord ons aangeeft. De menselijke bedenksels hebben geen andere grond dan onbewezen stellingen die opgebouwd zijn uit vaagheden en als stellig verkochte waarheden. Als we zeggen dat Gods Woord waar is, dan is dat niet door wat wij geloven, maar eenvoudig omdat het er staat. Als we dan voor achterlijk en onwijs verklaard worden, hebben we dat maar over ons te laten komen. Bovendien, als ik de woorden van Van den Brink in een belangrijke zaak zou interpreteren zoals hij de woorden van de Bijbel doet, zou hij mij terecht voor een fantast of nog erger kunnen verklaren.
A. Boom Graafdijk West 8 2973 XD Molenaarsgraaf

Gaan we in het RD niet te ver om Gods Woord te laten verklaren zoals prof. Van den Brink dat doet onder de kop ”Gevaarlijk om meer te zeggen dan we weten”? Trouwens, Van den Brink maakt zichzelf hieraan schuldig door te stellen dat de schepping „voor de zondeval niet volmaakt was”, ook niet als God van het geschapene zegt dat het zeer goed was. Als we zeggen voor gereformeerde theologie te zijn en deze stellingen op het bord deponeren van zijn toekomstige dienaars van het Word en onze jongeren, waar zijn we dan mee bezig?
We moeten de schepping lezen in het licht van Jesaja 11, waar gesproken wordt van Jezus Christus en de herschepping. Geen leed, geen pijn of dood. Een kind speelt met een adder. De wolf, het lam, de luipaard en de geitenbok, het kalf en de jonge leeuw liggen in vrede tezamen. Dat is niet te verklaren of te beredeneren, maar enkel uit te wonderen. En dan klopt het, want men noemt zijn naam ”Wonderlijk”. Niet enkel in de verzoening, maar ook in de (her)schepping. Laten we onze jonge mensen niet onheilig nieuwsgierig maken, maar hun het wonder van deze God voorhouden.

T. de Groot Thorbeckehof 36 3362 DZ Sliedrecht

Dr. Terry Mortenson staat pal voor het Woord van God en verwerpt de dwaling van de evolutie. Dat hij in discussie is gegaan met prof. dr. Gijsbert van den Brink is merkwaardig. Er moet toch geen verschil zijn tussen christenen over de wonderen van onze Schepper?
Helaas was de briefwisseling onthullend, zo niet onthutsend. Hoe is het mogelijk dat Van den Brink met de dwaalleer van Darwin meegaat? Hij laat in ieder geval de zes dagen los, want „het is gewoon niet zo gegaan”, zegt hij. Waarom toch niet eenvoudig aannemen wat er staat geschreven in de Heilige Schrift? Zo begint de uitholling van binnenuit.
Wanneer Van den Brink niet ronduit afstand neemt van de dwalingen van de wetenschap (die zo feilbaar, zo menselijk, vaak zo pretentieus is), dan bewijst hij de kerk een slechte dienst. Ja erger, dit is in tegenspraak met de Schrift zelf. Wetenschap is prima, maar staat onder het gezaghebbende Woord en is daaraan onderworpen.

M. C. Quist Peulenlaan 75 3371 XH H’veld-Giessendam

De discussie leverde geen nieuwe gezichtspunten op en was daarom vermoeiend. Vaak een herhaling van zetten. Toch kies ik in grote lijnen voor de opvattingen van Mortenson en niet voor die van Van den Brink. Bij de laatste lijkt het redeneren het geloof te overmeesteren.
Het argument dat het ontkennen van de schepping in letterlijk zes dagen niet leidt tot ontkenningen op andere terreinen, is uiterst zwak. De ontwikkelingen in de (voormalige) Gereformeerde Kerken laten duidelijk zien dat het een tot het ander leidt.
Beslissend bij zulke discussies is of wij door de bril van de Schrift kijken naar wat zich in de wetenschappelijke wereld aandient aan opvattingen of door de bril van deze opvattingen kijken naar de Schrift. En dan vervolgens in de Schrift ‘inlezen’ wat er niet staat. Dat laatste is een gevaarlijke bezigheid, die op gespannen voet staat met het Schriftgeloof.

Prof. dr. P. Buitelaar Seringenplantsoen 377 2982 BN Ridderkerk

Zowel de evolutionist als de crea-tionist bedrijven wetenschap vanuit allerlei vooronderstellin-gen. De evolutionist gelooft on-der andere dat hij bij de interpretatie van waarnemingen Godkan buitensluiten en heeft alshoogste gezag zijn eigen werk plus dat van andere wetenschap-pers. De creationist betrekt God, de Schepper, bij zijn interpretaties en heeft als hoogste gezag Gods Woord, de Bijbel.
Prof. Van den Brink –en veel christenen met hem– kiezen voor de evolutionistische visie en passen de uitleg van de Bijbel daarop aan. Gods Woord heeft voor hen nog steeds het hoogste gezag, want „het gaat in de Bijbel niet om natuurwetenschap, maar om Christus.” Dat laatste is zeker waar, maar welke waarde heeft het getuigenis over Christus als de ‘verpakking’ niet betrouwbaar is?
');
//-->

Door heel de Bijbel heen worden de eerste hoofdstukken van Genesis gezien als een historisch verslag. Daarom geloof ik ze zoals ze er staan. Als ongelovige biologiestudent, die niet beter wist dan dat de evolutietheorie klopte, ben ik door het lezen van de Bijbel bekeerd. Nog steeds weet en ervaar ik dat de Bijbel het gezaghebbende Woord van God is, dat je in afhankelijkheid van Hem mag bestuderen, zonder beïnvloed te worden door theorieën van mensen die bewust of onbewust geen rekening met Hem houden.
E. de Jager-Pouwels B. van Dijklaan 8 8181 GA Heerde

De grote waarde die Gijsbert van den Brink toekent aan wetenschappelijke inzichten doet me denken aan het verhaal van de kevertjes die woonden op de Nachtwacht van Rembrandt. Enkele geleerde kevertjes ontdekten dat als de verschillende kleuren op het schildersdoek werden opgelost in alcohol er nieuwe kleuren ontstonden. De wetenschappelijke theorie lag voor de hand: de verschillende kleurschakeringen waren ontstaan door langdurige processen waarbij de basiskleuren overgingen in allerlei andere kleuren. Toen ze later ontdekten dat zonlicht ook invloed op de kleuren had, wisten ze het helemaal zeker: de kleurschakeringen waren ontstaan gedurende miljoenen jaren…
Rembrandt zou er smakelijk om gelachen hebben! Wetenschap en geloof gaan prima samen, zolang de wetenschap zich beperkt tot het vaststellen van wetmatigheden in de schepping. De wetenschap is een grond voor de dingen die men ”ziet”. In het geval van de kevertjes: de verschillende kleuren, het effect van licht op het verbleken van de kleuren et cetera. Het geloof is de vaste grond van de dingen die men niet ziet: de kevertjes kwamen pas op de Nachtwacht toen de kunstschilder al lang klaar was met zijn ”schepping”!

Dr. Peter de Jong Baljuwstraat 20 3417 SC Montfoort

Waarom zou je schepping en evolutie per se willen combineren? Omdat we anders niet geaccepteerd worden? We kunnen niet God én de wereld dienen. Argumenten zoals plaatselijke zondvloed overtuigen niet. En stellen dat aantallen aangeven of iets ”waar” is, is onhoudbaar. Hebben dan joden, christenen, moslims, boeddhisten en atheïsten door hun aantallen allemaal een beetje gelijk?
Als ik kijk naar de wetenschappelijke feiten, geloof ik wel in micro-evolutie, zie bijvoorbeeld de vele hondenrassen. Maar macro-evolutie is ongeloofwaardig: alleen een cel al is zo ingewikkeld, die kan niet door toeval zijn ontstaan.
Proberen om God hiervoor te (mis)bruiken, vind ik erg gevaarlijk: je begeeft je dan op een hellend vlak. Als je de schepping en de zondvloed niet letterlijk neemt, waarom dan wel Jezus’ kruisiging en opstanding? Voor de geestelijke strijd hebben we een goed fundament nodig, geen halfslachtige mix van twee uitersten. Wat baat het als we de gehele wereld zouden kunnen overtuigen, maar iedereen alsnog (door dwaling) verloren zou gaan?

A. Mussche Meestersweg 6 7951 BS Staphorst

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen